Veelgestelde vragen


Veranderen van doosje
 

Weer een ander doosje en een ander tablet?
Bijna alle patiënten, die lang achter elkaar één of meer geneesmiddelen moeten gebruiken,kennen het verschijnsel. Soms heeft u bij een herhaalrecept een tijd lang uw geneesmiddel in hetzelfde doosje met dezelfde naam erop en heeft uw tablet dezelfde vorm en kleur. Maar dan ineens krijgt u uw geneesmiddelen in een ander doosje met een andere naam en hebben de geneesmiddelen een andere vorm of kleur. Voorop blijft staan dat de werkzame stof in het geneesmiddel gelijk blijft en dat de kwaliteit altijd gekeurd is. Maar voor u als patiënt kunnen die wisselingen lastig zijn.

Waarom doen apothekers en de zorgverzekeraar dit?
Daar is een aantal belangrijke redenen voor:

Van merkmiddel naar merkloos geneesmiddel
Vóór een geneesmiddel op de markt komt is er jarenlang onderzoek gedaan. Dat kost veel geld. Om dat terug te verdienen krijgt de firma die dat onderzoek betaald heeft, als enige het recht om dat geneesmiddel te maken. Dat recht noemen we een patent of octrooi.

In de apotheek heet een geneesmiddel met een patent, dat verkocht wordt met een merknaam, een ‘specialité’. Eenvoudiger: een merkgeneesmiddel. Na een aantal jaren gaat het patent er af. Andere fabrikanten mogen dat geneesmiddel dan ook maken. We noemen het dan een merkloos geneesmiddel.

In een merkloos middel zitten wel dezelfde werkzame stoffen als in het oorspronkelijke merkmiddel. Het merkloze geneesmiddel krijgt de naam van de werkzame stof. Ook zit het in een ander doosje en heeft het vaak een andere vorm of kleur. Een merkloos geneesmiddel is vaak goedkoper. Daarom stimuleren apotheker, zorgverzekeraar en Zorgbelang het gebruik van dit merkloze geneesmiddel.

Preferente geneesmiddelen
Een andere reden voor het wisselen van doosje of tablet is dat het geneesmiddel op de lijst van preferente middelen staat. Een lastig woord. Het betekent voorkeursmiddelen. Maar wat houdt dat dan in? Merkloze geneesmiddelen verschillen bij diverse fabrikanten nogal in prijs. Menzis stelt één keer per jaar op basis van de prijs vast of een geneesmiddel op de lijst van preferente middelen komt of niet. Door dit aan de fabrikanten te vertellen, gaan zij concurreren.

De goede kant hiervan is dat Menzis fabrikanten hiermee prikkelt om hun prijzen te verlagen. Op deze manier probeert de zorgverzekeraar de kosten voor geneesmiddelgebruik van ons allemaal zo laag mogelijk te houden. Per slot van rekening moeten we dat allemaal met elkaar betalen door onze ziektekostenpremie en de ziektekostenbijdrage via ons inkomen.

Huisartsen schrijven de stofnaam van een merkloos geneesmiddel op uw recept. Uw apotheek kijkt of deze stof op de lijst van preferente geneesmiddelen staat. Is dat het geval, dan krijgt u het preferente geneesmiddel mee omdat alleen dát geneesmiddel wordt vergoed. Alleen als uw huisarts een medische noodzaak ziet om het merkgeneesmiddel voor te schrijven, bijvoorbeeld omdat u als patiënt toch merkt dat u last heeft van het preferente middel, dan kan uw huisarts een merkgeneesmiddel voorschrijven en mag de apotheker dat ook afleveren. U krijgt het dan gewoon vergoed. Voor merkloze geneesmiddelen, die niet op de lijst met preferente middelen staan, geldt dat alleen de laagste prijs wordt vergoed. Ook hierdoor kan het voorkomen dat u van merk moet wisselen. Dus: andere doosjes, vorm en/of kleur, maar wel altijd dezelfde werkzame stof of stoffen.

Parallelle geneesmiddelen
Om het nog wat ingewikkelder te maken, zijn er daarnaast ook nog zogenaamde “parallelle geneesmiddelen”. De apotheker moet de merkloze en merkgeneesmiddelen allemaal inkopen. Het gebeurt regelmatig dat de inkoopprijs voor een merkgeneesmiddel of specialité in het buitenland (veel) lager ligt dan in Nederland. Dan kiest een apotheker weleens voor inkopen in het buitenland. En dan krijgt u als patiënt dat geneesmiddel in een buitenlandse verpakking. Soms met onleesbare Griekse of andere letters op het doosje. Maar het gaat wel altijd om hetzelfde geneesmiddel, van hetzelfde merk en dezelfde kwaliteit. Dit mag alleen als het geneesmiddel is gekeurd, er een Nederlandse bijsluiter bij zit en er op het doosje een Nederlands etiket zit.

Ook bij een herhaalrecept voor merkgeneesmiddelen kunt u dus de ene keer een ander doosje of tablet (vorm of kleur) krijgen dan de andere keer. Apothekers kiezen voor de inkoop van deze zogenaamde “parallelle geneesmiddelen” om financiële redenen. Om aan hun financiële verplichtingen te kunnen voldoen kopen ze zo voordelig mogelijk in. Ze zijn namelijk wettelijk verplicht om een bepaald percentage van de inkoopprijs van álle geneesmiddelen af te dragen aan de zorgverzekeraar. En ze willen natuurlijk ook hun zorg aan de patiënt blijven geven en daarvoor blijven bestaan.

Leveringsproblemen
Het lastige van het aanwijzen van preferente geneesmiddelen, voor patiënten en apothekers, zit in de overgangstijd van het ene naar het andere merk. Ondanks het feit dat Menzis bij fabrikanten navraag doet naar hun voorraad, kan er een tijdelijk tekort aan het middel zijn als apothekers deze inkopen. Hierdoor kan het voorkomen dat het preferente geneesmiddel niet in voorraad is bij de apotheker. De patiënt krijgt dan tijdelijk een ander middel met wel dezelfde werkzame stof of stoffen maar met een andere naam op het doosje en ook vaak met een ander soort tablet of van een andere kleur. Ook bij de al besproken parallelle geneesmiddelen kan een apotheker te maken krijgen met leveringsproblemen.

Wat te doen als u problemen heeft met het wisselen van geneesmiddelen?
Er zijn dus goede redenen voor al die verschillende doosjes en verschillende vorm van tabletten en poeders. Maar het is voor u als patiënt wel lastig. U kunt zelf twee dingen doen:

• Als u merkt dat u, om welke reden dan ook, problemen heeft met een preferent geneesmiddel, overleg dan met uw huisarts of apotheker. Overleg of de huisarts weer opnieuw het merkgeneesmiddel kan voorschrijven. Of overleg met uw huisarts of apotheker wat voor u de beste oplossing is.

• Als u geen last van bijwerkingen hebt, maar wel last van de vorm van uw tablet (te groot, breekt te snel, poeder in plaats van tablet etc.) vertel het dan de apothekersassistente en overleg wat de apotheker kan doen. Vraag eventueel ook naar de apotheker als de assistente er niet uit komt.